1979-2019 Besluit

Erfgooiers stonden bekend als eigengereid, hardwerkend, stug en conservatief. Die eigenschappen lijken zich af te tekenen op hun gezichten. Er werd inderdaad veel strijd geleverd. Zowel met de overheid als onderling. Maar erfgooiers waren schurken noch verzetslieden. Ze hielden vast aan hun exclusieve gebruiksrechten op de Gooise gemene gronden, terwijl de overheid van het algemeen belang uitging.

De wortels van de erfgooiers en hun nazaten zijn weliswaar wijd vertakt, maar reiken nog steeds diep. Het erfgooierschap bepaalde lange tijd de identiteit van een gestaag groeiende groep Gooiers. Hun geschiedenis begon in de tiende eeuw. In een paar honderd jaar emancipeerden ze van onvrije horigen tot vrije boeren met krachtige rechten op Gooise gronden. Echter het was als water dat de steen uitholt. De gebruiksrechten van de alsmaar minder talrijke ‘boerenerfgooiers’ (scharende erfgooiers) verhielden zich steeds slechter tot maatschappelijke ontwikkelingen en de wensen van een uitdijende overheid. De erfgooiers­organisatie werd geliquideerd.

Toch kwam er pas in 1979 officieel een eind aan het erfgooierschap. Vergist u zich dus niet: de invloed van de erfgooiers op het Gooi is enorm geweest, al is het alleen maar vanwege de overgebleven heidevelden. En er worden iedere dag officieus erfgooiers geboren. Vaak zonder dat ze het weten en zonder dat het invloed heeft op hun leven. Er zijn trouwens nog enkele Gooise boeren die of zelf erfgooier waren of van een erfgooier afstammen


Deel van de expositie Koos Breukel. Erfgooiers in Singer Laren, 16 juni t/m 30 augustus 2015. Koos Breukel, Els Poolman Simons-Vos, 2014. Erfgooiers waren altijd mannen. Toch maakten vrouwen deel uit van de erfgooiers­gemeenschap. Ze konden het erfgooier­­- schap niet overdragen. Zo bleef het aantal erfgooiers beperkt. Maar zonder vrouwen zouden er helemaal geen erfgooiers hebben bestaan. Ze werkten zij aan zij met hun mannen, vaders en broers en zorgden voor kostenbesparing en ‘mankracht’, denk aan melken, spinnen of het rapen van plaggen. Koos Breukel, Nico van den Brink, 2014.